Sprengen Ugchelen.

Nadat we vorige week al sprengenwater van Chiel te drinken hadden gehad, was het vandaag 5 april tijd om die sprengen eens te bekijken onder leiding van Tom Dekker.

De wandeling met zo'n 15 mensen van het IVN begon bij de Hamermolen in Ugchelen.

De molen werd in 1639 gebouwd als papiermolen, de hamers werden door het rad aangedreven en de lompen werden tot papierpulp geslagen. In de omgeving werden veel sprengen uitgegraven en veel watermolens gebouwd. Sprengen ontstaan door graven, waardoor het grondwater omhoog komt, de plek waar de spreng ontstaat noemt men de sprengenkop. Men zorgt ervoor dat de spreng een klein verval heeft, de kanten worden afgeschot en de bodem wordt soms afgedekt door kleilagen om te voorkomen dat het water in de grond zakt.

Tegen de stroom naar de sprengenkop  zoek naar de beekprik een vis die voorkomt op de rode lijst.

Beschrijving

De beekprik (Lampetra planeri) heeft een levenscyclus van 7 jaar, waarvan er 6 worden doorgebracht in een larvaal stadium. In dit stadium verblijven de larven in de beekbodem waar ze, met hun kop boven het zand voedsel filteren uit het water. In het laatste levensjaar metamorfoseren ze tot volwassen dieren en vindt het paaien plaats, waarna ze sterven.
Beken en kleine rivieren zijn de belangrijkste leefgebieden van de beekprik.De verspreiding van deze soort is in Nederland beperkt tot de Achterhoek, de Veluwe, oostelijk Noord-Brabant en Limburg. De soort is stromingsminnend (rheofiel) en heeft een bodem van zand en fijn grind nodig om zijn levenscyclus te kunnen voltooien. Door een achteruitgang van de kwaliteit van veel beken in Nederland, wordt de soort bedreigd. Daarom is de beekprik als een bedreigde soort opgenomen in de Rode lijst van zoetwatervissen. 
(bron RAVON)

De beekprik is al snel gevonden, je loopt gewoon naar de groep  mensen die zowel met als zonder camera in de spreng turen. De beekprikken  zwemmen in groepjes bij elkaar , onder de steentjes paaien ze.
Daarna naar één van de sprengenkoppen, waar het heerlijk rustig is en waar de paarbladerige goudveil groeit.

Op de wateroppervlakte drijft een laag bacteriën die het ijzer uit het water afbreken. Als je in die vlek een stokje steekt breekt het laagje in kleine stukjes.

In een poel drijft kikkerdril van de bruine kikker.

Onder een bruggetje in het water enkele vlo-kreeftjes.