Ossenwaard
Zaterdagmorgen 31 januari; het is ijzig koud op de fiets op weg naar de Ossenwaard, een natuurontwikkelingsgebied ten westen van Deventer in het uiterwaardengebied langs de IJssel, het gebied is zo'n 50 hectaren groot.

De Ossenwaard is onder beheer bij IJssellandschap
Ik ben zoals gewoonlijk aan de vroege kant en loop alvast het gebied in, aan het begin dit informatiebord.
Daarna een klaphek door om te voorkomen dat de Konik
paarden en de Galloway runderen de benen nemen.
Zij zorgen er voor dat de vegetatie kort blijft zodat het gebied open blijft en
niet uiteindelijk in bos verandert.
Als de groep compleet is, gaan we op pad, gewapend met
verrekijkers en enkele telescopen.
De grond is hard bevroren, de waterplassen zijn niet helemaal dichtgevroren.
Deze excursie is een typische vogelexcursie, al hebben we natuurlijk wel oog
voor de aanwezige hazen.
De uitleg over het gebied wordt gedaan door Mike en Hans.
Al snel trekken enkele Kolgansen
In de bovenste takken van een meidoorn bevindt zich een
rietgors, dan blijkt ook hoe belangrijk een goede kijker is, het is een klein
vogeltje te grote van een mus, met een zwart kopje.
Het nestje in de meidoorn is leeg.
We lopen naar de IJssel-oever waar aan de overkant enkele wilde eenden en smienten van hun strandje verjaagd worden door een loslopende hond.
Een eenzame Aalscholver compleet met witte dijvlek scheert over het water, die dijvlek zou volgens de boekjes alleen in het broedseizoen zichtbaar moet zijn, maar daar lijkt het me wat te koud voor.
Boven de Ossenwaard zijn ook enkele roofvogels te zien de Buizerd en de Torenvalk; de laatste blijft mooi biddend boven de open vlakte staan.
In de grootste waterplas zwemmen veel vogels, naast de wilde eend ook smienten,meeuwen,tafeleenden,wintertaling en krakeend.
Als we verder lopen langs de IJssel komen we bij een grote meidoornstruik een plukplaats tegen, mogelijk van de torenvalk, vol met veren van meeuwen en mogelijk enkele patrijsveren.
Na de koffiebreak bij de plukplaats komen we langs de afgeslagen ijsseloever , waar volgens Jeroen zomers oeverzwaluwen zitten. Nu groeit er een vroeg madeliefje.
Dan verlaten we de Ossenwaard waar aan de rand enkele knobbelzwanen en veel grauwe ganzen op het grasland met waterplas zijn.
Langs de weg enkele essen met hun karakteristieke knoppen.
We lopen verder lang het Sterrebosch waar een hele andere biotoop is, namelijk het bos. Aan de andere kant van de weg is agrarisch gebied,met paarden en schapen ook is er een kassengebied.
In het weiland lopen enkele nijlgansen.
Langs het weiland staan een rij bijenkasten opgesteld.
In de bosrand ziet Mike een matkop mees, ook zijn er verschillende koolmeesjes. Hier groot de oudemannenbaard een lianensoort met pluizige zaadjes.
Even verderop worden we uitgelachen door een groene specht, die zich ook even laat zien in de bomen. Ook is een boomkruiper te zien voordat hij zich naar de andere kant van de stam verplaatst.
Er vliegt een vlaamse gaai over tenminste dat dacht ik altijd, maar het blijkt vanaf nu een gaai te zijn.
Hoog in de bomen van het Sterrebosch zitten de nesten van blauwe reigers.
In een dode berk zijn berkenzwammen te zien, die zich tegoed doen aan het dode hout. Één zwam is naar beneden gevallen, vroeger werd het onderste vel van die zwam gebruikt als pleister bij verwondingen,hij bevat medicinale werkingen.
Langs het spoor lopend komen we nog langs het slootje wat vroeger een zijarm van de IJssel was en de grens tussen Overijssel en Gelderland.